



Spekkoek is een Indische cake- of koekachtige lekkernij dat tijdens de koloniale tijd in Nederlands-Indië is uitgevonden.
Het idee is waarschijnlijk afgeleid van een vergelijkbare type cake van Duitse oorsprong, maar aangepast met in Nederlands-Indië beschikbare grondstoffen.
Spekkoek bestaat uit laagjes in twee kleuren, om en om. In het oorspronkelijke recept wordt de donkere kleur verkregen door het gebruik van bruine suiker, terwijl er in de lichte lagen geraffineerde (witte) suiker zit. Later zijn andere varianten verzonnen, waarin soms gebruik wordt gemaakt van cacao of de lichte lagen vrolijk gekleurd worden, bijvoorbeeld met groene pandan. Ook de hoeveelheden ei uit het originele recept worden niet meer door alle moderne spekkoekbakkers toegepast.
De bereiding van spekkoek is erg bewerkelijk en niet eenvoudig, aangezien het gerecht met grote nauwkeurigheid, laag voor laag, dient te worden gebakken; de lekkernij wordt daarom van oudsher alleen bij speciale gelegenheden geserveerd. Tegenwoordig is spekkoek in Nederland, België en Suriname echter ook in Indische toko's, supermarkten en restaurants te verkrijgen.
Ingrediënten:
20 eieren
300 gr bloem
300 gr boter
500 gr suiker
Kruiden:
1 tl nootmuskaat
1 tl kardemom
1 tl kruidnagels
1 el foelie
1 el kaneel
Bereidingswijze:
Splits de eieren in dooier en wit. Roer de eidooiers met suiker en de boter tot een gladde massa. Meng er al roerend de bloem door. Klop de eiwitten tot schuim en schep ze door het beslag. Verdeel het beslag in twee helften, voeg aan één deel de kruiden toe. Vet een springvorm in en doe er een laagje deeg in. Laat dit in de oven of onder de grill op de hoogste stand gaar worden. Voeg laag na laag, om en om, het deeg toe, steeds een nieuwe laag als de vorige gaar is.




